Inge Lievaert
Hij kende de mensen van binnen
Hij kende de mensen van binnen
wist wat er was in ons hart
haat en verraad
doornen en spijkers –
toch, niet te geloven
heeft Hij ons liefgehad
Hij kende de mensen van binnen
achter het masker zo arm
lachend uit angst
bijtend uit pijn
van groter te willen
een godje willen
en maar mens te zijn
Hij kende de mensen van binnen
wist dat de dood er op stond
maar vroeg om opnieuw te beginnen
stem uit een mensenmond
Zo ver ging zijn helend verlangen
Hij kwam en leefde ons voor:
menszijn is anders
is dienen is liefde
liefde verliest niet
ook aan de dood niet
wat zij verloor
(1)
Een van mijn lievelingsgedichten geschreven door Inge Lievaart. Ze is een van mijn favoriete dichters die ik blijf lezen. Ook binnen mijn werk als pastor heb ik vaak gebruik gemaakt van haar poëzie. In liturgische vieringen en op momenten van bezinning raakten haar woorden de juiste toon. Veel christelijke onderwerpen komen in haar gedichten terug. Het gedicht verscheen voor het eerst in haar bundel Anno Domini (1975). Met de enigszins saaie ondertitel: Gedichten en Liedteksten voor de christelijke feesten. Naast haar Verzamelde Gedichten (2001) staat het kleine gedichtenbundeltje nog bescheiden in mijn boekenkast. Want de schrijfster heeft mij er een dierbaar gedicht mee gegeven. Inge Lievaart is een talentvolle vrouwelijke dichter en tegelijk een diep gelovige christen. Onder katholieken is ze weinig bekend. Hoewel ik haar nooit gesproken had, mocht ik, toen ze negentig werd, voor haar vriendenboek schrijven hoe haar werk mij als parochiepastor fascineerde.
Inge Lievaart werd op 17 april 1917 geboren in Oosterend op Texel, een kleine en gesloten dorpsgemeenschap. Ze groeide op in een gereformeerd gezin, als oudste van vijf kinderen. “Vader was hoofd van de School met de Bijbel – voor een armzalig loontje, want het was in de tijd dat het bijzonder onderwijs nog niet gelijkgeschakeld was. Mijn ouders hadden God lief, dat was écht, dat voelde je. Zelfs als heel klein kind kreeg je daar iets van mee.” zegt ze zelf (2). Al heel vroeg was ze geïnspireerd door bijbelse teksten: “Dat kan gebeuren, dat een tekst je ineens heel persoonlijk raakt. Zo lang ik die stem uit de Schriften hoor, houd ik het bij die persoonlijke God: Hij spreekt ons aan en verlangt naar ons antwoord.”
Rond 1933 verhuisde ze naar Scheveningen, waar ze heel haar leven bleef wonen, dicht bij de zee. Zee, water, kolken en ruisen van de vloed, door waterklank omgeven, zo talrijk zijn haar beelden die met de zee te maken hebben. Bijna haar gehele leven woont ze letterlijk ze naast de zee. Het water en de zee spelen een grote rol in haar poëzie.
Het water
Het vloeiende water
dat spiegelend aankomt
gaande gaande
al verder en nooit voorbij
levenslang boeit het mij
geheimvol en helder
laaft het mij
spreekt het tot mij
dieper dan ik kan zwijgen
stilt het mij (3)
Haar moeder overleed toen ze negentien was. En Inge moest in het gezin de rol van moeder overnemen. In het genoemde interview zeg ze daarover: ”Dat was een tijd waarin verschillende perspectieven op het leven verdwenen – ik was al jong verliefd, maar dat liep op niets uit, en nadat moeder gestorven was had ik ineens een taak waaraan ik jarenlang de handen vol had. In die tijd begon ik met dichten. Mijn zus en ik hadden ons verblijf in een van de bovenkamertjes, tweehoog. Zij is achtenhalf jaar jonger dan ik, en ze hield zich koest als het nodig was. Als ik zat te dichten, of in de vensterbank naar de nachtegalen zat te luisteren.” (2)
Tijdens de Tweede Wereldoorlog kwam haar eerste bundel uit: Biecht van een christen aan zijn volk (1944). Zij vond het later wel een wat zware titel, maar het was een tijd van verhevigde gevoelens. De opbrengst van de illegale bundel was bestemd voor onderduikers. Vandaar dat het gepubliceerd werd onder haar pseudoniem Anna Terweel (“Aan de weel – kolk na overstroming)
“Nog altijd gaat Gods roepen uit:
dwars door de bitterste oorlogsrampen
lichten Zijn witte vredeslampen,
zingt van Zijn Liefde ’t mild geluid. (4)
Na de oorlog verscheen haar eerste officiële, ‘bovengrondse’ bundel in 1947: De cirkel gebroken. Ze werkte mee aan het tijdschrift Ontmoeting, dat een podium bood aan schrijvers en dichters met protestantse achtergrond. De contacten met andere christelijke auteurs waren voor haar erg belangrijk. Ze was betrokken bij het Contact van Auteurs, voortzetting van de vooroorlogse Christelijke Auteurskring, dat later omgedoopt werd in Schrijverskontakt. In 1950 schreef ze een bundel (Nochtans) die pas veel later in haar Verzamelde Gedichten gepubliceerd werd. In 1961 kwam haar tweede gedrukte bundel uit: Met de voelhoorn verwachting en in 1968 Dialogisch:
Het licht
het hoge
het stort zich
het kantelt
het legt zich neer
een weide voor ogen
wordt een vloer
begaanbaar voor voeten
wij zijn onderweg (5)
In 1975 verschijnt haar bundel Anno Domini en in 1980 Een stem van heel dichtbij. Beide bundels bevatten voornamelijk religieuze en christelijke gedichten. In een interview zegt ze: “Veel mensen weten niet wat verwachten is. Als ze bidden doen ze hun handen meteen weer dicht, ze houden ze niet open om te ontvangen. Het kan zijn dat je persoonlijke zorgen niet opgelost worden – dat probleem valt trouwens bij mij nu haast weg, ik zit al zo dicht bij de grens. Maar als je bidt om het heil van de gemeente, en dán niet verwacht, ben je ongelovig. Het is niet verwonderlijk dat de strijd alleen maar lijkt toe te nemen: ik zie in de Schrift dat het erbij hoort, het zijn de weeën van de geboorte, zoals Jezus zegt. En daarom kan ik toch niet anders dan hoopvol naar de toekomst kijken. Dwars door die weeën heen verwacht ik iets wat niet te beschrijven is.”
Een engel kwam naar Maria
Streek hij neer als een adem van wind
was er licht rondom zijn geheim
zo ver zo dichtbij
er staat niets over geschreven
wel dat hij was een stem
een groet
een zegen met kracht van leven
van de Heilige zelf gekomen
en zij: was stilte
en was het oor
het luisterend hart
de schoot die het wonder ontving
de gezegende onder de vrouwen
vreugde niet te vertellen
zo verward en vervoerd
alleen maar te zingen
in een lied voor de Heer
die doet wat hij heeft beloofd
die omziet naar de geringe
en redding bereidt
aanvang van al het nieuwe
ja geprezen zij Hij
om de vrucht van haar schoot
geprezen met de vrucht van de lippen (6)
Vanaf de jaren 1980 verscheen een stroom van dichtbundels. De verzen werden steeds vrijer, de regels korter, en het rijm viel weg. Zij ging ook haiku´s en tanka´s, japanse versvormen schrijven:
Hoe wit en helend
na het worgende donker
het wordende licht
Opeens zweeg de klok
en men hoorde de stilte
schreeuwen om geluid
Kijken om te zien
dieper dan wat voor ogen
overal geheim (Uit: Zinspelen)
Inge Lievaart zorgde voor haar vader tot zijn dood: “Vader en ik hebben het bijna veertig jaar heel goed gehad, samen.” Toen moest op haar 57ste voor het eerst een baan zoeken en kwam in dienst bij uitgeverij Boekencentrum. Enkele jaren later moest ze vanwege haar gezondheid met dat werk stoppen.
Hoewel ze veel christelijke gedichten heeft geschreven, heeft Inge Lievaart mijns inziens nooit de erkenning gekregen die ze verdiende. Zeker niet in katholieke kringen. Aan het Liedboek voor de Kerken heeft ze nog drie bijdragen geleverd (gezangen 194, 245 en 360). Haar gebeden voor kinderen zijn misschien nog wel het meest bekend.
Waar God zich heeft gebogen
Hier kent het hart geen hoogmoed meer:
wie buigt hier niet en knielt niet neer
waar God zich heeft gebogen
en mens werd, vingers, ogen
een hart, om diep in onze pijn
als nooit dichtbij te zijn.
Wie lacht hier niet – door tranen heen –
het boze hart, die harde steen,
wordt, door zijn liefde aangeraakt
weer zacht, weer menselijk gemaakt.
(Uit: Een kind met de ogen van God)
Haar Verzamelde Gedichten, uitgegeven in 2000, bestaat uit twee delen. Zij heeft zelf zorgvuldig beide delen samengesteld en het tweede deel is geheel gewijd aan gedichten voor christelijke gedenk- en vierdagen. Ademhaling, stilte en inkeer zijn belangrijke motieven in haar werk. Als dichteres hoort zij de Stem van God in het geluid van water. Voor haar is stilte de ruimte van Gods aanwezigheid. Water is belangrijk in haar poëzie. Water staat voor levenskracht. De loop van water is het beeld van de levensloop. Christus is voor haar een persoonlijke vriend die haar ten diepste kent. Vandaar het prachtige gedicht van het begin.
In het voorwoord van haar Verzamelde Gedichten Deel 2 vraagt ze zich af wie de diepte zou kunnen peilen van het geheim van Gods toewending in Christus. Ze spreekt van een diep geluk als ze daarover mag dichten. Jammer genoeg zijn haar liederen er niet in opgenomen, ook niet haar drietal uit het Liedboek voor de kerken. Inge Lievaart blijft tot op hoge leeftijd een vitale dichter. Rond haar negentigste verjaardag verschijnen twee nieuwe bundels. De titel van de ene, Tot al het harde zacht is, gaat over hoop en van de andere bundel, De binnenkant van het zien, bevat haiku.
Op 15 oktober 2012 is Inge Lievaart op 95-jarige leeftijd in haar woonplaats Scheveningen overleden. In het Memoriam schreef haar uitgeverij Kok het volgende: “Tot op het laatst was zij geestelijk vitaal, meelevend, sprekend over poëzie, dichtregels, een laatste interview. Begeesterd ook door haar roeping om te luisteren naar de Stem, haar tegenover.”
Grondbesef
Het eiland waar mijn leven aanving
was slechts een stipje vastheid
temidden van het woeden van de zee
juist hoog genoeg om droog te blijven
niet meer dan nauwelijks
maar het volstond voor leven
klein geluk dat liefde wist te bouwen
een kring van licht
die donkerte verjoeg
een helder zingen
dat het grote waaien der chaos
met haar rust versloeg
dat onaantastbare
het was iets heiligs
het nam mijn kleinheid op
bedreigd maar veilig
ervaring die mij bijbleef
en zich tot grondbesef verdiept
juist als de chaosmachten willen breken
wat zich aan land voor levenden verhief (7)
BIddende
Zo ben ik een dichter die bidt:
ik bid met heel mijn leven maar vooral met alle
bevleugelde woorden die als zaden vallen
als liefde mij ontroert en schudt.
Mijn stam van mens is niet zo hoog,
ik strek niet zo ver mijn takken,
maar al dieper laat ik mijn wortels zakken,
de biddende dat ik niet verdroog.
Het water, o het water verhoort,
het laat zich niet zoeken, het laat zich vinden,
het doet mij dragen en op de winden
zet in mijn zaad mijn bidden zich voort. (8)
Nog ben ik dankbaar
dat moeder mij liet begaan:
het bont van haar mouw
waarmee ik mij zoethield
onder de preek
dat aaibare zachte
dat boog en uiteenweek
nog voel ik het onder mijn vingers
nog zie ik die spelende hand
nu al zo oud en grauw en gerimpeld (9)
De eerste dag
Het was vroeg in de morgen
de eerste dag
van een nieuwe tijd
en het gebeurde
dat Hij die was gestorven
koud als een steen daar lag
achter een steen geborgen
opstond
in het licht liep
de dood meester
en terugriep
de in verdriet verdwaalden
de herder bleek die waarlijk
tot in de dood afdaalde
voor zijn schapen
het was vroeg in de morgen
de eerste dag
van een nieuwe tijd (10)
Pinksterbegin
Wie luistert zich de weg
uit het lege lawaai
om innerlijk stilte te vinden
om dwars door de muur
van reclamekabaal
een ademtocht waarheid te winnen
wie schrikt van zichzelf
en weet ik moet leeg
om ooit te kunnen ontvangen
wie opent zijn hart
en smeekt om de Geest
dan de mens in wie God dit verlangde? (11)
Bronnen:
(1) Inge Lievaert, Verzamelde Gedichten deel 1, Uitgeverij De Groot Goudriaan, Kampen, 2000, p. 65.
(2) Inge Lievaart in een interview met Enny de Bruijn: Water in het versteende in Reformatorisch Dagblad 6 juni 2007.
(3) Inge Lievaert, Verzamelde Gedichten deel 1, p. 348.
(4) Inge Lievaert, Uit: Biecht van een christen aan zijn volk. In Verzamelde Gedichten deel 1, p. 16.
(5) Inge Lievaert, Uit: Dialogisch. In Verzamelde Gedichten deel 1, p. 149.
(6) Inge Lievaert, Uit: Een kind met de ogen van God. In Verzamelde Gedichten deel 2, p. 50
(7) Inge Lievaert, Verzamelde Gedichten deel 1, Uitgeverij De Groot Goudriaan, Kampen, 2000, p. 270.
(8) Idem, p. 154.
(9) Idem, p. 228.
(10) Inge Lievaert, Verzamelde Gedichten deel 2, Uitgeverij De Groot Goudriaan, Kampen, 2000, p. 97.
(11) Inge Lievaert, De adem van God, Uitgeverij Kokboekencentrum, 2008.
Zijspoor
Een uitgebreide biografie in het Jaarboek van de Maatschappij der Nederlandse Letterkunde 2013-2014. Online: De Digitale Bibliotheek voor de Nederlandse Letteren.


