Willem Vermandere 70 jaar
Een live optreden in een theaterzaal meemaken van een zanger die zeventig is geworden, is uitzonderlijk. Zeker wanneer ik dezelfde zanger 37 jaar geleden voor het eerst op een festival van volksmuziek hoorde. De zanger, verteller, schrijver, dichter, componist, musicus, schilder en beeldhouwer Willem Vermandere is in februari 2010 zeventig jaar geworden en nog steeds actief. Hij praat wat zachter, zijn zang is schraler en hij heeft wat minder lucht voor zijn klarinet, maar toch heeft hij een nieuwe cd “Alles gaat over” uitgebracht. In zijn herkenbare stijl: volkszanger van levensfilosofie.
Willem Vermandere vertelt over zijn jeugd: “Waar is de tijd van de brave misdienaar uit Lauwe, van wie iedereen zei dat hij moest verder leren? De meester kwam daarvoor bij ons thuis pleiten, net als de onderpastoor en nog een tante of twee, maar mijn vader vond het al te gek. “Zij weten zeker niet hoeveel een student kost? En dat terwijl er zoveel werk is in de wagenmakerij.” Toch kwam ik in de paterskweekschool terecht. Maandenlang op internaat, thuis tijdens de feestdagen, en als je geluk had kreeg je op zondag, hoogst uitzonderlijk, bezoek van je familie. Als ik dat aan mijn kleinkinderen vertel, kijken ze me met grote ogen aan. Voor hen lijkt dat wel een verhaal à la Harry Potter. Maar ik wist niet beter.
Paters gaven ons les, en missionarissen kwamen vertellen over alle lijden op de wereld. De apartheid in Zuid-Afrika, de mistoestanden met de indianen in de zilvermijnen in Bolivia? Wij waren er klaar voor! Op mijn achttiende stapte ik dus het klooster binnen, met de drang om de wereld te gaan verbeteren. Maar door er te beeldhouwen en te componeren ontdekte ik een spoor naar mezelf, waardoor die theologie en dogma’s plots zo veraf leken van wie ik was als mens. Ik werd op de vingers getikt omdat ik mijn studies verwaarloosde. Oh, wat waren ze bang voor een beeldhouwer – die kwam veel te dicht bij het rijk der zinnen. Ik voelde mezelf steeds verder afdrijven. Een goede vijf jaar na mijn humaniora stond ik op straat, zonder diploma, met helemaal niets…” (1)
Willem Vermandere vindt zijn weg als volkszanger uit de Westhoek en later ook als beeldhouwer en schilder. Hij zingt over het leven van alledag, over personen en gebeurtenissen in de maatschappij. Hij speelt ook basklarinet en componeert zeIf de muziek. Zijn optreden is vaak een afwisselend gebeuren van zang, muziek en vertellingen. Hij zingt in het West-Vlaams en dat maakt het voor een Nederlander lastiger te verstaan. Met de tekst erbij moet het wel lukken.
“De mystiek en de spiritualiteit komt soms op vuile voeten, met zware werkschoenen aan, je leven binnen. Ik zeg soms dat ze mij gerust moeten laten zodat ik het leven kan ondergaan zoals dat het is. Schrijven dat is een beroep doen op de composthoop in je ziel, al wat je meemaakt verzamelt zich in je ziel, in je hart. Gesprekken, ontmoetingen, films, boeken, het wel en het wee van het leven dat stapelt zich op. Dat ligt daar te gisten, een soort composthoopje. En ineens een woord, een zinnetje en het is als een lawine in je geest, er komt van alles los en al schrijvende komt er nog meer los. We hebben allemaal inhoud: emoties, gevoelens, maar als je het niet uitdrukt, dan is het daar niet. Je moet het formuleren, je moet het uitspreken. Iedere mens heeft nobele gevoelens en minderwaardige gevoelens. En we hebben de kunst, de mogelijkheid een vorm te creëëren waar dat je die dingen in kwijt kunt. Laat mij los, laat mij liedjes verzinnen, laat mij wat deuntjes blazen. Om het leven te vergeven, om het leven te versieren, om inzicht te krijgen in het raadsel van het leven, om mensen hoop te geven. Laat mij los om mensen fantastische verhalen te vertellen die ze zo gelukkig kunnen maken.” (2)
Uit zijn uitgebreide repertoire van meer dan 30 albums drie favorieten van mij:
Onderweg
Onderweg ben ik zigeuner, onderweg ben ik een kind
van de rusteloze wegen, op vier wielen welgezind
op vier wielen wil ik vluchten, weg uit het nauwe vaderland
naar het bergland naar de rotsen naar den bos- en de waterkant
Onderweg daar zit je veilig onder uw blikken autodak
je mag jodelen en zingen in uwe rammelende rommelbak
onderweg leer je vergeten, gisteren ligt ver achter u
en voor morgen nog geen zorgen, onderweg is ’t altijd nu
Je passeert langs kathedralen en je duizelt keer op keer
van die stoutmoedige dromen van die bouwers van weleer
en zo leer je blind vertrouwen en vorderen ondanks brute pech
wuif veel liever dan te vloeken naar de kinders langs de weg
En je loopt door de paleizen met uw hoofd vol romantiek
maar uit krotten en ruïnes klinkt er klaaglijke muziek
deelt uw brood met lotgenoten, zoveel zwervers grauw van vel
langs de gloeiend hete wegen, in steden vol kommer en kwel
Onderweg op markten en pleinen vind je volk mild en gastvrij
en dat schenkt u met handen en voeten zoete vruchten allerlei
en zo vind j’ ook uw geliefde, met nog jaren voor de boeg
van uw teder zacht beminde, daarvan krijg je nooit genoeg
Onderweg ben je nomade, soepel plooiend speels van geest
je geeft u over aan de genade, je wordt vrij en onbevreesd
want je botst met tegenstrevers, elkendeen zegt zijne zeg
leer geduldig incasseren van tegenliggers onderweg
Los van vastgeroest’ ideeën, onderweg pluk je den dag
pelgrim ben je heel je leven, vorderen doe je liefst zig-zag
haast u haast u uiterst langzaam, want het einddoel is bekend
daar valt weinig van te zeggen, niet bepaald een happy-end
Ooit als kind ben ik vertrokken, zonder route kaart of plan
onderweg al heel mijn leven, wat is daar de zin toch van
onderweg stel je geen vragen, voor hoelang nog en waarom
onderweg ben je zigeuner, je reist voort en ziet niet om (3)
Die laatste dag
Ne mens ga nie dood op dien laatsten dag
met sombere klokken en met rouwbeklag
misschien overleed ie al zonder geween
nauwelijks merkbaar zoveel jaren geleen
Zoveel grote mensen in werk en verkeer
zoveel dode zielen zo druk in de weer
zoveel arme sukkels in grote nood
als ’t kind in ons sterft dan gaan we dood
Ne mens ga nie dood als ie moe is gesjokt
zijn herte begeeft en zijnen asem stokt
dat sterven dat is al jaren aan de gang
dood gaan dat doe’j heel uw leven lang
Geen vader en moeder naar den overkant
trekt uw kind uw liefste naar ’t ander land
je zinkt en verdrinkt in een tranenzee
bij ieder sterven sterf j’ ook wat mee
Ne mens ga nie dood als zijn lijf ontbindt
tot stof en as zijn lichaam verzwindt
misschien is de dood een vereenvoudiging
door vuur en eerde een soort loutering
Kijk naar het licht en hoort hoe dat ’t waait
kijk hoe dat moeder eerde altijd verder draait
zegen de regen, onze wijn en ons brood
der is gene grens tussen leven en dood (4)
De historie van Steentje
Ik hadde nen vriend in Noord-Canada
Ik zeg ne vriend, ‘t was een broere, een vader
In ‘t land van d’ indianen, Alberta
Roger Vandersteene was daar pater
Kinders zit stille en hort naar mijn lied
Ik vertel u d’ historie van Steentje
Ie had vrouwe noch kinders en geld ook al nie
Zelfs nie kloek van posture, ‘t was een kleintje
Maar ie had in zijn herte een groot gedacht:
Ik ga d’ indianen van Jezus leren
Maar dat was ver boven Steentje zijn macht
Geen één die hem wilde bekeren
Daar stond zijn barakke bie de rivier
en ie moeste vissen en jagen
En barre winters zonder eten of vier
Ie schreef in zijn brief: ‘ik mag nie klagen’
Ie smoorde zijn pupe en luisterde goed
naar d’ oeroude indianeverhalen
Van de grote geest die ‘t al leven doet
en van de dood die ons komt halen
De rivier is ne levenslangen tocht
en iederen kronkel doe groeien
Maakt da je gereed zijt bie de laatsten bocht
om de grote zee op te roeien
En ze gingen op jacht, anders ga je daar dood
Voor dagen met honden en sleden
Want ‘t vel van den beer is warm en groot
en zijn vet en zijn vlees goed om ‘t eten
Ie schreef op hunder tale woord voor woord
en al hun wondere gedachten
Van bergen en bossen had ie toeren gehoord
en den hemel die we meugen verwachten
En Steentje wierd opperhoofd Cree-indiaan:
‘Aima Weno’. Met de geest kon ie spreken
Ie had ook den totem voor zijn tente staan
want dat is daar ‘t heilige teken
Van de Buffalokopheuvels tot in Wabasca
met de kariboebergen in de verte
En rond ‘t grote meer van Atabasca
noemden ze hem: kleine man met ‘t groot herte
Maar nu ist ie weg voor zijne laatsten tocht
Met zijn kano de zee opgevaren
Ie was gereed bie de laatsten bocht
en ie zei: Je moe mie hier begraven
Ik vertel het mijn kinders met mijn simpel lied
d’ historie van Roger Vandersteene.
Ie had vrouwe noch kinders en geld ook al niet
Ie is dood bie d’ indianen, heel allene (5)
Kyrie eleison
oor den bakker die zijn vuur laat doven
en den boer die zijn ploeg laat staan
voor de metser die g’n huis meer wil bouwen
voor d’herder die nie meer durft verder gaan
eleison,
voor de meester die nie meer durft vertellen
voor de priester die zijn gebed vergeet
voor den dokter die nie meer kan genezen
en voor de rechter die geen raad meer weet
eleison, eleison, kyrie eleison
voor grootmoeder alleene op heur kamer
voor grootvader die al vergeten is
voor al d’angsten en slaaploze nachten,
voor al ‘t verdriet dat niet geweten is
eleison,
voor de minnaars die niet meer zingen
voor de liefste die ‘t huis verlaat
voor al ‘t nutteloos leed van de wereld,
voor ons zieltje dat ten onder gaat
eleison, eleison, kyrie eleison
voor de kinders in kelders gevangen,
zoveel onschuld verkracht en vermoord
voor de politieke heersers,
deur geld en macht ontspoord
eleison,
voor onze bitsige bijtende woorden
voor onze leugens en onzen achterklap
voor ‘t paradijs dat we verloren
voor onze levenslange ballingschap
eleison, eleison, kyrie eleison
voor cipiers en voor advokaten,
voor presidenten en voor inspecteurs
voor adjudanten en voor commandanten,
voor commissarissen en controleurs
eleison,
voor fabrikanten en voor commerççanten,
en trafikanten met groot gewin
in hormonen in drugs en in wapens,
voor al ‘t kwaad daar nog tussenin
eleison, eleison, kyrie eleison
ook voor vissers en voor matrozen
voor ‘t boerevolk op den tracteur
voor ‘t zigeunervolk langs de wegen,
voor de schipper en voor de vrachtchauffeur
eleison,
voor de wever en voor de mecanieker,
en voor den smid en voor den timmerman
voor ‘t ventje aan zijn loketje,
voor de zanger en voor den orgelman
eleison, eleison, kyrie eleison
voor de moeder van ‘t kreupele kindje,
voor ‘t lief van den dode soldaat
voor ‘t meiske zonder beminde,
voor al ‘t zeer dat nooit overgaat
eleison,
voor wie zal ik hier nu nog zingen,
nog voor duizenden die ‘k hier vergeet
d’r kan niemand zonder wat vrede,
rijken boer of arme proleet
eleison, eleison, kyrie eleison
en we zingen hier van Kyrie eleison
en van dat kind in dien donkeren stal
ieder jaar wordt onze hoop herboren,
dat ‘t hier ooit nog beteren zal
eleison,
en voor Jozef en voor Maria
en voor dat kind in dien donkeren stal
ieder jaar wordt onze hoop herboren,
dat ‘t hier ooit nog beteren zal
eleison, eleison, kyrie eleison (6)
Update
Op zijn website Willem Vermandere schrijft hij:
De verwarring slaat toe tussen mijn rijmen, muziekskes en vertellementen.
Dag schoon volk, stel het wel. Speel en zing maar verder en ik…
blijf lopen langs de strate…
Willem Vermandere, juli 2024
Bronnen:
(1) Uit een interview van Lieve Goemaere met Willem Vermandere, in De Mens nu, Jaargang 6, no 3.
(2) Uit een gesprek van Ann Govaere met Willem Vermandere (bron onbekend).
(3) Van de CD Onderweg, 1999 (streaming vanuit Youtube).
(4) Van de CD Onderweg, 1999 (streaming vanuit Youtube).
(5) Van de CD De eerste jaren, 1976 (streaming vanuit Youtube).
(6) Van de CD In de Donkerste Dagen, 1997 (Streaming vanuit Youtube).
