In haar zevende visioen beschrijft Hadewijch hoe haar hevige begeerte bijna ondraaglijk is. Ze voelt zich lichamelijk en emotioneel erg gespannen. Ze wil kost wat kost één worden met God. Op een Pinkstermorgen is het Christus zelf, de mensgeworden God, die zich in de Eucharistie aanbiedt aan Hadewijch. Beider minne wordt met elkaar verbonden en dat Jezus Christus. Dit mystieke gebeuren zal in het achtste seizoen verder uitwerken.
Hadewijch: Lied 45 (met toelichting)
Dom Vincent Truijen, benedictijn en abt van Oosterhout, ontdekte dat het 45e lied uit de liederenbundel van Hadewijch teruggaat op een Latijns Marialied, “De Beata Maria Virgina”. De Latijnse sleutelwoorden heeft Hadewijch letterlijk overgenomen uit deze oude hymne. Zelfs het rijmschema en de plaats van deze woorden heeft ze gehandhaafd. Hadewijch richt haar lied echter niet tot Maria, maar tot de minne. Ze maakt er een lofzang op de minne van. Dankzij musicoloog Louis Peter van Gijp is de melodie van dit lied bekend. Hadewijch heeft dus de haar bekende tekst en melodie omgezet. Het lied vormt een passende afsluiting van haar liederenboek.
Hadewijch: Lied 17
Gedicht voor vrede: Iemand stelt de vraag
Iemand stelt de vraag
Verzet begint niet met grote woorden
maar met kleine daden
zoals storm met zacht geritsel in de tuin
of de kat die de kolder in z’n kop krijgt
zoals brede rivieren
met een kleine bron
verscholen in het woud
zoals een vuurzee
met dezelfde lucifer
die de sigaret aansteekt
zoals liefde met een blik
een aanraking iets dat je opvalt in een stem
jezelf een vraag stellen
daarmee begint verzet
en dan die vraag aan een ander stellen.
Remco Campert
(Uit Betere tijden,
Amsterdam, 1970)
Hadewijch: Lied 5 vertaald door Lucienne Stassaert
Al zingen er geen vogels in dit droef seizoen.
Dat mag het reine hart niet doen
Dat pijn wil lijden om minne te voldoen.
Het moet alles ervaren en verstaan
– Zoet en wreed,
Lief en leed –
Wat men om minne moet doorstaan.
Gedicht voor vrede
Vrede
dan herinner ik eraan
dat God niet in een tank kwam
en niet in een bank geboren werd
en de oude wonderwapens,
de bliksem, de donder en de hemelse legerscharen
eenzijdig opgaf
hij bediende zich niet
van paleizen, koningen en soldaten
toen hij unilateraal
mens ging worden,
dat is zonder bewapening leven
Dorothee Sölle
1979
