Afspraak met het leven
14.30 Uur, ik heb geen afspraken; niets
is er in mijn elektronische agenda vastgelegd.
Toch slenter ik langs de bosrand tegen ze aan:
een veld dovenetels begroet mij met wittige knoppen.
Afspraak met het leven
14.30 Uur, ik heb geen afspraken; niets
is er in mijn elektronische agenda vastgelegd.
Toch slenter ik langs de bosrand tegen ze aan:
een veld dovenetels begroet mij met wittige knoppen.
Contact
Iemand belt mij telkens op, zegt niets,
vaag hoor ik een verre ademtocht,
het kan de mijne zijn, maar ook die
van de ander, die hardnekkig zwijgt.
Ik leg weer op. Ben nu een man
die vreemde telefoontjes krijgt.
Juist voor Coronatijd zagen we in New York nog de schilderijen van Peter Saul. Een bombardement van kleuren! Zijn gigantische kunstwerken met felle kleuren maken van de samenleving een bonte comic. Ondergedompeld worden in zijn kunst, verandert de bril waarmee je kijkt naar het wereldgebeuren. Peter Saul zou van de donkere coronacrisis een kleurrijk tableau kunnen maken.
Deze week herlas ik stukjes uit Verzet en Overgave van Dietrich Bonhoeffer. Ik stuitte op een bekend gedicht dat vaak bij een afscheid gelezen wordt. Alleen in het origineel is het geen gedicht en de tekst is veel rijker dan de versie die ik zelf ook wel gebruikt heb. Indringend om de bijna letterlijke vertaling te lezen. Bij mijn rouwen bieden de woorden troost.
75 Jaar geleden, op 9 april 1945 werd de theoloog Dietrich Bonhoeffer op bevel van Hitler opgehangen. Hij was een van de christenen die stelling namen tegen Hitler en de nazi’s. In gevangenschap hield hij een dagboek bij, schreef er overwegingen en maakte gedichten. Hij was een van de grote theologen uit de vorige eeuw. Zijn grondregel is paradoxaal: leven met God alsof God niet bestaat.
Gedicht bij Verwondering, een schilderij van Els Koks
Kleur van herinnering
De klok van mijn geheugen gaat achteruit naar een brandweerwagen.
Ik scheur hem over de Delfts blauwe tegels van de keukenvloer.
Au, het brandweerkind botst tegen het rode fornuis.
Veel later zag ik het onomwonden: de vloer was zwart, de kachel ook.
Het geheugen liegt dat het barst.
Al ben ik geen pelgrim, bij mijn kleine wandeltochten ervaar ik sporen van het grote Geheim. De Benedictijn Willigis Jäger schrijft daar treffend over:
“De pelgrim loopt ter wille van het lopen. Hij loopt niet om aan te komen maar om te lopen. De pas wordt tot focus van de innerlijke concentratie. Reeds op een heel triviaal niveau vindt dat zijn neerslag in een rustgevende werking, zoals ook iedere wandelaar die kent.